Renny van der Galiën bundelt bijzondere treinontmoetingen in ‘Mensen sporen wel’

Laatste Update: 06.09.2026Door Label: , , ,

Wie iedere werkdag opnieuw tussen honderden reizigers loopt, krijgt vanzelf een aardig beeld van hoe mensen met elkaar omgaan. Door de duizenden kleine ontmoetingen onderweg is bij hoofdconducteur Renny van der Galiën de overtuiging gegroeid dat achter vrijwel iedereen een verhaal schuilgaat, en dat er vaak iets verandert zodra je bereid bent dat verhaal ook werkelijk te zien. Die ontmoetingen vormen de basis van haar boek Mensen sporen wel, dat donderdag verschijnt. 

Renny van der Galiën ziet dagelijks mensen die haast hebben, verdrietig zijn, uitgelaten op reis gaan, ruzie maken, hulp zoeken of alleen maar willen weten of ze in de goede trein zitten. Al die tijd op het spoor haar vertrouwen in mensen niet kleiner gemaakt. Integendeel.

De titel van het boek, Mensen sporen wel, lijkt op het eerste gezicht vooral een aardige woordspeling voor iemand die haar werkdagen tussen rails, perrons en treinen doorbrengt, maar voor Renny zit er een overtuiging achter die veel dieper gaat. Ook wanneer het gedrag van mensen op een bepaald moment iets heel anders laat zien, denkt Renny: “Ieder mens heeft in de basis iets goeds in zich. Door omstandigheden in het leven kan iemand misschien een beetje ontsporen, maar in de basis sporen mensen wel”, aldus Renny.

Het is precies die gedachte die bepaalt hoe ze reizigers benadert. Wie vooraf al denkt dat iemand niet spoort, zegt ze, stapt een ontmoeting anders binnen. Zelf probeert ze daarom niet als eerste naar het gedrag te kijken, maar naar de mens die daarachter zit. Soms vraagt dat helemaal geen groot gebaar. Een reiziger die wil weten ‘of dit de trein naar Schiphol is’, kun je simpelweg met ja beantwoorden. Als Renny echter ziet dat diezelfde reiziger slecht ter been is of een rollator bij zich heeft, wijst ze meteen op een deur waar meer ruimte is. Voor haar ligt juist daar het verschil tussen iemand helpen en iemand werkelijk zien.

Dat besef ontstond al vroeg in haar loopbaan bij de NS. Tijdens een van haar eerste momenten van meelopen stelde een reiziger haar een eenvoudige vraag. Ze gaf antwoord, waarna de vrouw haar zichtbaar opgelucht en uitvoerig bedankte. Het was geen spectaculaire gebeurtenis, maar bij Renny kwam het hard binnen. “Ik kreeg kippenvel. Toen dacht ik: ik doe ertoe. Ik kan iemands dag echt mooier maken door waar ik mee bezig ben, door advies te geven en vriendelijk te zijn.” Vanaf dat moment wist ze dat ze in dit werk iets had gevonden wat voor haar belangrijk was: van betekenis zijn in kleine ontmoetingen.

De andere werkelijkheid op het spoor

Wie het nieuws volgt, krijgt regelmatig de schaduwzijde van het openbaar vervoer mee. Agressie tegen personeel, incidenten in treinen en spanningen op stations zijn een werkelijkheid die Renny ook kent. Ze ontkent die gebeurtenissen niet en heeft er zelf mee te maken gehad. Ze vindt dat daarmee slechts een deel van het verhaal wordt verteld.

Thuis houdt ze al jaren een dagboek bij, waarin ze iedere avond opschrijft wat ze heeft meegemaakt. Daarin belanden zowel de prettige als de vervelende momenten. Voordat ze gaat slapen, probeert ze bewust nog even stil te staan bij wat die dag goed was. Het is een manier van kijken die in de loop der jaren groeide. “Ik heb mezelf aangeleerd om de positieve dingen mooi vast te houden en de negatieve dingen te laten.”

Uit die dagboeken kwamen uiteindelijk ook de korte verhalen voort die ze via sociale media begon te delen. Niet omdat zij wil doen alsof vervelende dingen niet bestaan, maar omdat ze juist een tegenwicht wil bieden aan het beeld dat veel mensen van het werk van een hoofdconducteur krijgen. “Iedereen weet uit de media wat er op de trein gebeurt. Ik laat ook de andere kant zien.”

Die andere kant is volgens haar veel groter dan vaak wordt gedacht. Ze schat dat ongeveer 95 procent van haar ervaringen met reizigers positief verloopt. Zelfs een situatie waarin ze iemand een uitstel van betaling moet geven, hoeft voor haar niet automatisch negatief te eindigen. Wanneer zo’n gesprek rustig verloopt en een reiziger haar uiteindelijk een fijne dag wenst, heeft zij daar geen vervelende herinnering aan. “De positiviteit is vele malen groter dan de negatieve belevenissen op de trein. Alleen als je iets negatiefs meemaakt, gaat dat vaak dieper in je zitten.”

Misschien is dat ook de reden waarom haar verhalen zoveel mensen aanspreken. Het zijn geen grootse heldenverhalen, maar momenten die bijna iedereen herkent: aandacht krijgen, genegeerd worden, even geholpen worden of onverwacht in gesprek raken met iemand die je een paar minuten eerder nog helemaal niet kende.

‘Nou, ik ben er ook’

Een van de verhalen in Mensen sporen wel gaat over een man die haar vertelt dat veel van haar collega’s hem helemaal niet zien zitten. Het is een uitspraak die Renny raakt, mede omdat zij vanuit haar eigen werk weet hoe vreemd het gevoel kan zijn wanneer mensen dwars door je heen lijken te kijken. Als ze een volle coupé binnenkomt, goedemorgen zegt en naar de vervoersbewijzen vraagt, blijven de mensen ondertussen op hun telefoon kijken of naar buiten staren. “Dan heb ik al zoiets van: nou, ik ben er ook.”

Juist daarom probeert ze zelf wel die opening te maken, ook wanneer een reiziger niet direct uitnodigt tot contact. De man uit haar boek zat in de eerste klas, keek uit het raam en had zijn handen voor zijn buik gevouwen. Hij leek nauwelijks belangstelling te hebben voor wat er om hem heen gebeurde. Toch zei Renny gewoon: ‘Goeiemorgen meneer’. Het werd het begin van een bijzonder gesprek. “Als je als mens genegeerd wordt, lijkt me dat echt vreselijk. Dat je dat gevoel heel vaak hebt.”

Daarmee raakt ze misschien wel de kern van haar boek. Veel van de ontmoetingen beginnen niet met iets bijzonders, maar met een begroeting, een vraag of een paar seconden echte aandacht. Voor Renny kan juist daarin iets wezenlijks zitten: iemand laten merken dat hij of zij er mag zijn.

Ook vriendelijkheid kent een grens

Renny van der Galiën (foto Dirk Brans)

Renny van der Galiën (foto: Dirk Brans).

Dat betekent niet dat zij iedere reactie maar accepteert. Een van de heftigste gebeurtenissen die ze beschrijft, speelt zich af nadat elders op het spoor iemand voor een trein is gesprongen. Het treinverkeer ligt stil en reizigers stranden. Op het perron probeert Renny zoveel mogelijk mensen te helpen, maar een vrouw reageert vrijwel meteen afwijzend.

Ze besluit haar eerst even te laten en helpt andere reizigers verder. Wanneer ze later opnieuw bij dezelfde plek komt, staat de vrouw er nog steeds. Renny probeert het nog een keer en vraagt rustig of ze iets voor haar kan doen. “Ja, u kunt doodvallen”, krijgt ze te horen. Die woorden raken haar hard. Ze haalt adem, blijft even stil en besluit vervolgens dat dit een grens is waar ze niet zomaar aan voorbij wil gaan. “Mevrouw, wat u nu zegt is heel onaardig. Wij kunnen allemaal niks aan deze situatie doen.”

Ze legt uit waarom de treinen niet rijden en probeert de gebeurtenis ook in perspectief te plaatsen. Iedereen op het perron heeft vertraging, afspraken vallen in het water en dat is vervelend, maar zij en de reizigers kunnen die avond uiteindelijk wel weer veilig naar huis. Langzaam verandert de houding van de vrouw. Ze wordt rustiger, erkent dat Renny een punt heeft en samen zoeken ze alsnog naar een oplossing voor haar reis.

Het is een gebeurtenis die goed laat zien hoe Renny probeert te werken: niet ieder onaardig woord meteen persoonlijk maken, maar wel duidelijk zijn wanneer een grens wordt overschreden. Want begrip hebben betekent voor haar niet dat alles geaccepteerd moet worden. Wanneer mensen gaan spugen, fysiek worden of zodanig agressief reageren dat een gesprek niet meer mogelijk is, houdt het op en staat veiligheid voorop. Tegelijkertijd heeft ze geleerd dat ook achter boos gedrag soms meer schuilgaat dan je in eerste instantie kunt zien.

Luisteren voordat je antwoord geeft

Misschien nog belangrijker dan vriendelijk zijn, is voor Renny het vermogen om te luisteren. Niet het soort luisteren waarbij iemand zijn verhaal doet terwijl je zelf al bezig bent met het antwoord, maar werkelijk de tijd nemen en de stilte durven laten vallen. “Wat een mens vaak doet is doorpraten. De ander vertelt iets en je gaat daar direct bovenop met je eigen belevenis, omdat je het herkent.”

Zelf probeert ze juist niet altijd onmiddellijk iets terug te zeggen. Wanneer iemand is uitgepraat, laat ze soms bewust een stilte ontstaan. “Dan komen er soms heel mooie dingen naar voren. Want dan heeft die ander tijd en ruimte om nog meer te vertellen en de diepte in te gaan.” Het past bij haar. “Daar hou ik wel van.”

Dat vermogen om te luisteren heeft ze voor een deel van huis uit meegekregen. Haar moeder was thuis wanneer de kinderen uit school kwamen en zat ’s middags klaar met een kop thee. Er was tijd om te vertellen wat er die dag was gebeurd en er werd ook werkelijk geluisterd. Haar vader is volgens haar in de loop der jaren eveneens steeds milder geworden en oprecht geïnteresseerd in wat anderen bezighoudt.

Maar ook haar eigen leven heeft haar blik veranderd. Na moeilijke perioden, haar scheiding en later het verlies van haar moeder zocht Renny zelf hulp. Daardoor weet ze ook hoe weinig je soms aan de buitenkant kunt zien van wat iemand met zich meedraagt. “Wie ben ik om direct te oordelen over die persoon, op hun gedrag, op wat ze doen? Ik probeer altijd wel verder te kijken en dan door te vragen of te luisteren naar wat er eigenlijk aan de hand is.” Of ze door die ervaringen milder is geworden? Daar hoeft ze niet lang over na te denken. “Honderd procent.”

Vertragen moest ze zelf ook leren

De positieve Renny die mensen kennen van haar verhalen op sociale media is bovendien niet iemand bij wie vertrouwen in het leven altijd vanzelfsprekend is geweest. Ze vertelt openlijk dat ze zichzelf vroeger veel vaker voorbijliep en dat ze pas in de loop der jaren heeft geleerd beter te voelen wat ze zelf nodig heeft.

Tegenwoordig herkent ze eerder het moment waarop ze rust moet nemen. Dan gaat ze even zitten, sluit haar ogen, luistert naar haar ademhaling en vraagt zichzelf hoe het werkelijk met haar gaat. Twintig jaar geleden, zegt ze, zou ze dat waarschijnlijk niet eens gevoeld hebben.

Ook haar vertrouwen in het leven moest opnieuw groeien. “Ik denk dat ik vroeger helemaal geen vertrouwen in het leven had. Als plotseling dingen gebeuren in je leven, staat je leven op zijn kop. En dan kan het vertrouwen in één keer wegzakken.” Langzaam vond ze dat vertrouwen terug. Ze is blij met wie ze nu is en met de manier waarop ze in het leven staat. “Ik vertrouw op een mooie toekomst. Dat is gewoon fantastisch.”

Opmerkelijk genoeg hebben juist reizigers haar daarbij soms lessen gegeven. In het boek vertelt ze over iemand die bewust in een Sprinter stapt, terwijl een Intercity hem veel sneller naar zijn bestemming zou brengen. De man is onderweg naar een retraite en legt haar uit waarom hij voor de langzamere trein heeft gekozen: ‘Ik ben nu al aan het vertragen’.

Die zin blijft bij haar hangen, omdat Renny zelf in haar eerste jaren bij de NS nogal eens als een sneltrein door haar werkdag ging. Iedereen moest gecontroleerd worden, iedereen moest haar gezien hebben en daarna moest ze alweer terug naar de omroepinstallatie om de volgende halte aan te kondigen. Inmiddels doet ze dat anders. Ze begint eerder met rustig teruglopen, neemt onderweg de tijd voor vragen van reizigers en probeert niet in de laatste minuten alles tegelijk te willen doen. “Je krijgt soms zulke mooie lessen van reizigers.”

Ook thuis zoekt ze die rust steeds vaker. Ze mediteert, leest boeken, zit graag zonder radio of televisie aan en wandelt in de natuur, het liefst op De Kamp in Steenwijk. Alleen wanneer ze privé in een trein zit, lukt volledig ontspannen nog niet altijd. Dan merkt ze dat haar beroepsmatige blik vanzelf weer aangaat: ze hoort en ziet wat er gebeurt, kijkt naar collega’s en blijft alert wanneer reizigers in- en uitstappen. Pas wanneer alles rustig is, kan het boek of de krant erbij.

‘Je kunt wel schrijven, je moet het alleen zelf nog geloven’

Het spoor veranderde ondertussen niet alleen haar werk, maar kreeg ook thuis een steeds grotere plaats. Haar man Menno werkt inmiddels eveneens bij de NS en Renny omschrijft hen met een knipoog als ‘een echt treinstel’. Op de vraag wie thuis de hoofdconducteur is, volgt snel een antwoord: “Ik denk dat ik de hoofdconducteur ben”.

Daar zit vooral veel warmte achter. Menno geeft haar de ruimte om de dingen op haar eigen manier te doen en speelde ook een belangrijke rol in het ontstaan van Mensen sporen wel. Renny twijfelde lange tijd of ze eigenlijk wel kon schrijven, ondanks de vele reacties die ze kreeg op haar verhalen. Menno zag dat eenvoudiger: “Je krijgt zoveel volgers en je wordt gevraagd door een uitgeverij. Dus je kunt wel schrijven, alleen moet je het zelf nog geloven.” Dat duwtje hielp haar uiteindelijk om de stap naar een boek te zetten.

De samenleving komt voorbij

Renny ziet de trein als een plek waar de samenleving letterlijk samenkomt. Jong en oud, mensen die naar hun werk gaan, scholieren, vakantiegangers, mensen op weg naar een ziekenhuis, reizigers met groot nieuws en mensen die gewoon zo snel mogelijk van A naar B willen. Alles zit door elkaar.

Wanneer zij vanuit die trein naar Nederland kijkt, ziet ze een vriendelijker land dan het beeld dat soms uit het nieuws naar voren komt. “Het beeld dat wij te zien krijgen via media is heel vaak negatief. Maar er zijn ook gewoon buiten de trein heel veel positieve dingen. Alleen: wat belichten wij?”

In de trein ziet ze dagelijks dat de meeste mensen volgens haar gewoon aardig zijn en bereid zijn elkaar te helpen. Soms ontstaan er juist verrassende vormen van samenwerking op momenten dat een reis misloopt. Reizigers beginnen elkaar te helpen zoeken naar alternatieve routes en oplossingen, terwijl ze elkaar daarvoor nog nooit hadden ontmoet.

Renny’s grootste droom sluit daar nauw op aan: dat mensen de vrijheid krijgen om zichzelf te zijn en hun eigen weg te kiezen. Wanneer mensen niet voortdurend in een richting worden geduwd die niet bij hen past, denkt zij dat ze veel beter kunnen groeien en tot bloei komen.

Sommige reizigers stappen nooit helemaal uit

Renny van der Galiën (foto Dirk Brans)

Renny van der Galiën (foto: Dirk Brans).

Niet iedere ontmoeting die Renny is bijgebleven, staat uiteindelijk in Mensen sporen wel. Sommige verhalen reizen op een andere manier met haar mee.

Ze vertelt over een jongen die tijdens een treinreis uit het raam zat te kijken. Het viel Renny op, simpelweg omdat hij die dag de eerste jongere was die niet naar een telefoon keek. Ze gaf hem daar een compliment voor, zonder te weten hoeveel er achter dat moment schuilging.

Later bleek dat de jongen verslaafd was geraakt aan zijn telefoon en sociale media. Hij had een moeilijke periode doorgemaakt, hulp gezocht en uiteindelijk zijn leven weer op de rit gekregen. Inmiddels stond hij, zoals Renny het omschrijft, weer volledig in bloei. Het is een ontmoeting waaraan ze nog regelmatig terugdenkt. “Die jongen reist nog steeds een stukje met me mee.”

Misschien zegt juist die ene zin veel over de manier waarop Renny haar werk beleeft. Reizigers stappen in en stappen weer uit, soms na slechts een paar minuten, maar af en toe blijft een ontmoeting hangen. Niet omdat er iets wereldschokkends gebeurde, maar omdat twee levens heel even werkelijk met elkaar in contact kwamen.

Al die mensen hebben haar volgens eigen zeggen veel geleerd. Over verschillen tussen mensen, over karakters, achtergronden en manieren van leven, maar vooral over het simpele gegeven dat niemand het uiteindelijk alleen hoeft te doen. “Er zijn zoveel mensen met zoveel karakters en zoveel kleuren. Groot, klein, dik, dun, alles leeft in de wereld. We moeten het met elkaar doen. En als we er samen voor elkaar zijn, dan maak je de wereld echt een stukje mooier.”

Dat is uiteindelijk ook wat Mensen sporen wel veel meer maakt dan een verzameling aardige treinverhalen. Het boek gaat over wat er kan gebeuren wanneer iemand een paar seconden langer kijkt, nog één vraag stelt, een stilte niet onmiddellijk opvult of besluit een mens niet vast te zetten op zijn eerste reactie.

Na jaren op het spoor, duizenden kilometers en ontelbare ontmoetingen blijft daarom eigenlijk nog maar één vraag over. Sporen mensen? Renny hoeft er geen seconde over na te denken. “Ja, mensen sporen. Honderd procent.”

Signeren boek

Het boek Mensen sporen wel verschijnt donderdag 10 september; op zaterdag 19 september volgt een signeersessie bij Primera Steenwijks Boekhuys (14.00-15.30 uur).

Lees ook onze exclusieve voorpublicatie: ‘U wilt niet weten hoe blij ik ben dat u een praatje met mij maakt’