Integriteit in Ooststellingwerf: oppositie voelt B&W opnieuw aan tand

Laatste Update: 28.09.2026Door Label: ,

De stoelendans naar aanleiding van de nieuwbouw van De Nieuwe Miente blijft politiek Ooststellingwerf bezighouden. De oppositie neemt geen genoegen met  de recente antwoorden van het college van B&W over integriteit en transparantie.

Wanneer ontstond het idee dat De Miente-voorzitter Appie Broersma wethouder zou worden en voormalig wethouder Esther Verhagen mogelijk voorzitter van Stichting De Miente? Wie wist daarvan? En wat was er op dat moment financieel en bestuurlijk al besloten? De Vrije Partij Ooststellingwerf, D66, ChristenUnie, Democratisch Ooststellingwerf en Lijst Oostra zijn nog lang niet klaar met de kwestie.

De zaak gaat over een wisseling van posities tussen wethouder Esther Verhagen en Appie Broersma. Begin juli kwam naar buiten dat de twee partijgenoten van Ooststellingwerfs Belang van functie wisselden. Broersma werd wethouder, maar zou zich te allen tijde buiten discussie over De Nieuwe Miente houden. Op haar beurt werd Verhagen als vrijwilliger voorzitter van de Stichting De Miente, terwijl ze als wethouder nog verantwoordelijk was voor de plannen rond het nieuwe activiteitencentrum.

Die twee acties riepen direct vragen op bij de oppositie, het sterkst verwoord door Ignas Minnema (D66): “De schijn van belangenverstrengeling blijft hangen en dan vooral richting Appie Broersma. Worden er zaken onder één hoedje afgehandeld?”

Gedragscode Integriteit

Nieuwbouw De Nieuwe Miente 13sep26 foto De Werven

De bouwplaats van De Nieuwe Miente (foto: De Werven).

De vijf oppositiepartijen in Ooststellingwerf vuurden daarop 21 vragen over de kwestie af op het college van B&W, dat daarop stelde dat “de burgemeester geen aanleiding heeft gezien om de gemeenteraad actief over deze kwestie te informeren. De keuzes van voormalige bestuurders ten aanzien van maatschappelijke functies vallen bovendien buiten de formele verantwoordelijkheid van de burgemeester. Wel gaat de Gedragscode Integriteit ervan uit dat een voormalig wethouder een dergelijk voornemen expliciet met de burgemeester bespreekt, zodat zo nodig integriteitsaspecten kunnen worden gewogen. Achteraf constateert de burgemeester dat de toepassing van de gedragscode in deze situatie nadrukkelijker aandacht had kunnen krijgen. Naar aanleiding hiervan worden momenteel mogelijke aanvullende en aanscherpende maatregelen uitgewerkt.”

‘Het rommelt maar door’

In eerste reactie bleek vorige week al dat de oppositie geen genoegen neemt met deze uitleg. Hennie Slagter (VPO) stelde dat er kennelijk niets is geleerd van de evaluatie van het Biosintrum-dossier. “De antwoorden op onze 21 vragen zijn redelijk oppervlakkig”, vond Slagter. “We hebben gewezen op dat Rekenkameronderzoek over het Biosintrum, maar over de aanbevelingen daarin vinden we helemaal niets terug in de antwoorden. De burgemeester zegt bovendien dat integriteit meer aandacht nodig heeft en toch is dat over het hoofd gezien. Zo rommelt het maar door. Er wordt niet concreet doorgepakt.”

Toetsing

De vijf oppositiepartijen trekken nu opnieuw hard aan de bel. De antwoorden van B&W geven volgens de oppositie op onderdelen duidelijkheid, maar laten juist over de samenhang tussen de financiële besluitvorming, de bouw en de latere functiewisselingen belangrijke vragen open.

In een nieuwe verklaring schrijven de vijf partijen: “Het college bevestigt dat het mogelijke voorzitterschap van Verhagen niet afzonderlijk aan de Gedragscode Integriteit is getoetst en dat hierover geen specifieke integriteitsafwegingen zijn vastgelegd. Ook ontbreekt nog steeds een volledige tijdlijn. Het overzicht dat het college verstrekte, begint pas in mei 2026. Daardoor is niet te reconstrueren hoe de eerdere financiële besluitvorming, de bouwplannen, de aangegane verplichtingen en de latere functiewisselingen zich in de tijd tot elkaar verhouden. Juist die tijdlijn willen de vijf fracties nu boven tafel krijgen.”

Functiewisseling

“Dat is extra relevant”, aldus het persbericht van vandaag, “omdat in de openbare berichtgeving verschillende lezingen bestaan over het ontstaan van de functiewisseling. D66-fractievoorzitter Ignas Minnema heeft zelf van Appie Broersma begrepen dat het idee al voor de gemeenteraadsverkiezingen was ontstaan. Verhagen heeft weersproken dat er sprake was van een dergelijk plan. De vijf fracties willen daarom geen nieuwe aannames, maar feiten: wanneer werd voor het eerst over de mogelijke opvolging gesproken, wie waren daarvan op de hoogte en speelde dit al op momenten waarop nog besluiten over financiering, bouw of andere verplichtingen moesten worden genomen?”

“Wij willen niet speculeren over wat er mogelijk is gebeurd”, vertelt Hennie Slagter namens de vijf fracties. “We willen kunnen reconstrueren wat er daadwerkelijk is gebeurd. Wanneer ontstond het idee? Wie wist ervan? Welke financiële verplichtingen waren toen al aangegaan? En welke keuzes had de gemeenteraad op dat moment nog? Daar moeten gewoon controleerbare antwoorden op kunnen worden gegeven.”

Samenhang

De vijf oppositiefracties benadrukken ten slotte dat zij de feiten goed op tafel willen hebben en die in samenhang willen beoordelen. “Juist het beeld van (de schijn van) belangenverstrengeling en het verlenen van onderlinge gunsten moet worden vermeden. Maar de bijzondere samenloop van functies, de verschillende lezingen over het moment waarop de rolwisseling ontstond, de financiële belangen en het ontbreken van een volledige tijdlijn maken nader onderzoek noodzakelijk. De fracties vragen het college daarom de vervolgvragen afzonderlijk en feitelijk te beantwoorden en daarbij zoveel mogelijk de onderliggende documenten te verstrekken.”

“Wij vragen niet om nóg een bestuurlijke uitleg”, aldus Slagter. “Wij vragen om een reconstructie. Wie wist wat, wanneer wist men dat en welke besluiten waren toen al genomen? Alleen daarmee kan iedere twijfel worden weggenomen.”