Het Stellingwerfs op de kaart van Nederlandse taalgebieden (beeld: Henk Bloemhoff).

Discussie over streektaal laait op: ‘Et gaot niet allienig om woorden, mar om oonze identiteit’

Laatste Update: 14.07.2026Door Label: ,

Het Stellingwerfs staat opnieuw volop in de belangstelling. Dat blijkt wel uit een recent rapport van Jeroen Zandberg van het Wetenschappelijk Bureau NSC. Dit onderzoek over de positie van de streektaal laat zien dat het Stellingwerfs bestuurlijk op achterstand staat ten opzichte van het Fries. Volgens taaldeskundige Henk Bloemhoff, oud-voorzitter van de Stellingwarver Schrieversronte, is dat geen nieuwe conclusie, maar wel een belangrijke. “Et rappot onderschrift aenlik wat wi’j al lange jaoren zeggen.”

Henk Bloemhoff (foto: Archief Henk Bloemhoff).

Volgens Bloemhoff is het Stellingwerfs veel meer dan een dialect. “Et is de tael van de Stellingwarven, een tael mit een hiel eigen geschiedenis en een eigen identiteit.” Die identiteit leeft nog altijd. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen bleek eerder dat in Weststellingwerf iets meer dan de helft van de inwoners dagelijks Stellingwerfs spreekt.
In Ooststellingwerf ligt dat aandeel lager, zo’n 30%, en dat geldt dan voor die gemeente zonder de plaatsen Haulerwijk en Waskemeer. Deze ‘nieuwe’ dorpen zijn vanouds Friestalig, aldus Bloemhoff. “Et is vandaege-de-dag nog altied een starke minderhied die de Stellingwarver tael bruukt”, zegt Bloemhoff. “D’r is butendat, bovenop die getallen, ok nog een groep die de tael wel praoten kan, mar die zegt dat ze et niet doen. An de aandere kaante zien we dat de tael al sund de jaoren zeuventig onder drok staot.”

Andere positie dan het Fries

De discussie draait op dit moment vooral om de officiële status van het Stellingwerfs. Hoewel de taal onderdeel is van het erkende Nedersaksisch, heeft zij niet dezelfde wettelijke bescherming als het Fries. “En daor zit now krek et perbleem”, legt Bloemhoff uit. Het Fries valt onder een zwaardere beschermingsstatus van het Europees Handvest voor regionale talen. Daardoor zijn rechten rond onderwijs, bestuur en financiering wettelijk vastgelegd. Voor het Stellingwerfs geldt die bescherming niet.
“Dat betekent bijvoorbeeld dat een Fries in de gemeenteraad zijn eigen taal mag spreken. Voor het Stellingwerfs is dat veel ingewikkelder. Ook financieel is het verschil groot.” Volgens Bloemhoff is voor het Fries ongeveer twintig euro per inwoner van Friesland beschikbaar, terwijl voor het Stellingwerfs slechts één tot twee euro per inwoner van beide gemeenten wordt uitgetrokken. “Dat is geen gelijk speelveld.”

Meer nodig dan een lesje op school

Volgens Bloemhoff is het behoud van de streektaal weinig gebaat bij alleen incidentele aandacht. “Now en dan een boekien uutpatten of iene les over et Stellingwarfs is mooi, mar mit allienig dat hool ie de tael niet in leven.” Juist het onderwijs speelt volgens hem een sleutelrol. “Kiender moe’n de tael riegelmaotig heuren, lezen en bruken. Allienig op die meniere blift hi’j bestaon.” Dat is volgens hem extra belangrijk, omdat steeds minder kinderen het Stellingwerfs thuis als vanzelfsprekend meekrijgen.

Het boek De Gruffalo werd door Henk Bloemhoff vertaald in het Stellingwerfs (foto: Henk Bloemhoff).

Schrieversronte blijft zich inzetten

De Stellingwarver Schrieversronte speelt daarin al tientallen jaren een belangrijke rol. Volgens Bloemhoff bestaat daarvan soms een verkeerd beeld. “Meensken daenken vaeke dat de Schrieversronte allienig boeken uutgeft, mar et wark is vule brieder.”
De organisatie ontwikkelt lesmateriaal, ondersteunt onderzoek, organiseert activiteiten, adviseert overheden en werkt aan de zichtbaarheid van de streektaal. “Vroeger lag de naodrok veural op boeken en tiedschriften. Tegenwoordig moej’ ok zichtber wezen op sociaole media en digitaole platforms. Daor liggen ni’je kaansen.”

Politieke wil is er, nu de uitvoering nog

Bloemhoff ziet dat de aandacht voor het Stellingwerfs de afgelopen jaren groeit. “Krek as de gemienten steunt de perveensie et Stellingwarfs al jaoren. Ze zeggen ok dat de streektaelen meer ommedaenken verdienen. Dat is een goeie ontwikkeling.”
Toch zijn volgens hem extra garanties nodig. “Zolange d’r gien stevige ofspraoken binnen over onderwies en financiering, blift veul ofhaankelik van de poletieke wil van et mement.”

Juist daarom wordt opnieuw gewerkt aan een aanvraag om het Stellingwerfs en andere Nedersaksische talen een zwaardere beschermingsstatus te geven. “Dat zol d’r veur zorgen kunnen dat et Stellingwarfs op een geliekweerrdige meniere behaandeld wodt.”

Nederlandse taalgebieden (beeld: Henk Bloemhoff).

Niet alleen een taak van de overheid

Toch ligt de toekomst van de streektaal volgens Bloemhoff niet uitsluitend in Den Haag of Leeuwarden. “De overhied kan vule doen, mar as et d’r op ankomt bepaolen meensken zels of ze een tael praoten blieven of praoten gaon. Zo wodt bepaold of een tael bestaon blift.”

Zijn oproep is daarom eenvoudig: “Blief Stellingwarfs praten. Bruuk et thuus, mit femilie, op ’e straote en in et dörp.” Ook hoopt hij dat meer inwoners zich verbinden aan de Schrieversronte, bijvoorbeeld als donateur of vrijwilliger. “We moe’n mit mekeer zien laoten dat oonze tael wat veurstelt en belangriek is”

Dezelfde kansen

Volgens Bloemhoff gaat de discussie uiteindelijk over meer dan woorden alleen. “Ett Stellingwarfs heurt bi’j de geschiedenis van disse streek. Bi’j de verhaelen, de kultuur en de meniere waorop meensken hier mit mekeer ommegaon.” Juist daarom vindt hij dat de taal dezelfde kansen verdient als andere erkende minderheidstalen. “Et gaot niet om een stried tegen et Fries. Et is eersomme. We gunnen et Fries netuurlik de bescharming die et krigt. Mar we vienen wel dat et Stellingwarfs dezelde wardering verdient.”
En uiteindelijk is de erkenning slechts een middel. “Een tael leeft allienig as meensken die praoten en schrieven blieven. Daor is et as ’t d’r op ankomt om te doen.”

Lees hier het rapport: Het Stellingwerfs – tussen Fries en Nederlands