Gebiedsmanager Natuurmonumenten over stikstofplannen: ‘Het is niet zo dat wij van de boeren af willen’

De nieuwe stikstofplannen zorgen voor onrust onder boeren rond het Nationaal Park Weerribben-Wieden. Toch ziet Gidion Kok, gebiedsmanager De Wieden van Natuurmonumenten, de nodige kansen. “We moeten die met beide handen aangrijpen.”

Een paar weken geleden bracht Jaimi van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, een werkbezoek aan De Wieden. Hij sprak er met lokale en provinciale bestuurders, natuurbeheerders en boeren. Natuurherstel, waterkwaliteit, stikstofreductie, bodemdaling en een toekomstbestendig platteland stonden centraal. Of de plannen wel zo toekomstbestendig zijn, vragen veel boeren zich af.

Minister van Essen op bezoek bij Natuurmonumenten

Minister Jaimi van Essen (links) op bezoek bij Natuurmonumenten en gebiedsmanager Gidion Kok (rechts; foto: Natuurmonumenten).

Samenwerking met boeren

Gidion vertelt dat Natuurmonumenten heel veel samenwerkt met de boeren rondom het gebied, maar dat de stikstofdepositie ook voor problemen zorgt. “De spanning rondom het hele stikstofdossier is niet altijd makkelijk. We hebben altijd samengewerkt met de landbouw, dat doen we nog steeds en dat willen we ook blijven doen.”

Een voorbeeld van de samenwerking is het gebruik van het zomermaaisel uit De Wieden. Sinds 1993 mag dit niet meer worden verbrand en moet het worden afgevoerd. Vanuit opslaglocaties gaat het onder andere naar boeren die voor de weidevogels ruige stalmest nodig hebben. Het grootste gedeelte gaat echter naar de akkerbouwers. Zij gebruiken het als bodemverbeteraar, waardoor de gewassen ook beter groeien. Of neem de samenwerking in de Barsbekerbinnenpolder, waar met een hoger waterpeil is leren werken. En wat, volgens Gidion, ook echt werkt; daardoor is zowel de boer als weidevogel blij.

Goed lezen

Toch is de toekomst van veel boeren onzeker. Volgens LTO Steenwijkerland blijven er door de nieuwe plannen aanzienlijk minder boeren over. Vooral bedrijven binnen 500 meter van De Wieden zouden geraakt worden. De gebiedsmanager van De Wieden denkt daar anders over. “Er wordt vaak gezegd: er blijft geen boer meer over. Dat geloof ik niet. En het is ook niet zo dat wij van de boeren af willen. Wij hebben elkaar juist nodig om samen dit gebied te beheren. Binnen die 500 meter zal het inderdaad wél betekenen dat het emissiearmer en extensiever moet.”

Trekkers staan geparkeerd voor het gemeentehuis.

Protesterende boeren voor het gemeentehuis van Weststellingwerf in Wolvega (foto: BTBmedia).

Gidion leest in de stikstofbrief juist een omvangrijk ondersteuningspakket. Volgens hem is dat een duidelijke verandering ten opzichte van voorgaande jaren. “Toen waren er ook allerlei plannen, maar stond er geen serieus budget tegenover. Nu staat er 20 miljard klaar. Tuurlijk, het zal echt niet alleen maar makkelijk worden en allemaal applaus zijn. Ik snap dat, want wij hebben ook pachters die nu echt zitten met de vraag: ‘Help, hoe moet het nu verder?’ Dat voel ik ook echt. Maar als we nu alleen maar zeggen: die plannen moeten weer van tafel, dan gaan we weer zeven stappen terug. Dán wordt het pas onzeker voor de boeren.”

Korte bocht

Gidion kijkt dus, niet geheel verrassend, positief tegen de plannen aan. Hij ziet de nodige kansen, want er komt substantieel meer geld voor agrarisch natuurbeheer. Een mooie basis om een nieuw verdienmodel op te baseren, zo is zijn mening. “Het zijn communicerende vaten. We moeten de natuur herstellen en dan is er weer ruimte voor landbouw. Dus we moeten aan beide kanten de schouders eronder zetten.”

Dat levert echter grote financiële uitdagingen op en vooral voor de kleinere boeren is dat een probleem. Er zullen boeren verdwijnen. “Sorry, maar zeggen dat kleine boeren verdwijnen, is wel heel kort door de bocht. Dat is de afgelopen dertig jaar al gaande. Er zijn ook heel veel kleine boerenbedrijven verdwenen door die doordenderende schaalvergroting. Ik denk juist dat dit ook kansen biedt voor boeren die niet zo groot zijn, maar nu al extensiever werken. Zij kunnen relatief makkelijk dichter bij die doelen komen. Ik denk juist dat het ook weleens andersom kan zijn.”

Grutto

Koeien in de stal (foto: Streekomroep De Werven).

Andersom betekent het dus een aantal koeien behouden en daarnaast voor de grutto zorgen. “Het wordt onherroepelijk dat je enige verdienmodel als boer rondom Natura 2000 niet alleen maar het produceren van melk zal zijn. Dat zal een stapeling worden van agrarisch natuurbeheer, landschapsbeheer, maar ook nog steeds lokale producten en een stukje zuivelproductie.”

Op die manier is het natuurgebied een vloek en een zegen, al is Gidion het daar niet mee eens. “Het wordt soms heel gauw geframed op ons: ‘Ja, door die stomme natuur zitten wij allemaal op slot’. Wij doen er alles aan om samen met de landbouw vooruit te komen. Er is al veel meer verwevenheid en samenwerking dan de huidige perikelen soms doen vermoeden. Op operationeel vlak zijn we gewoon nog steeds nuchter en intensief aan het samenwerken. Dat is ook wel goed om even te benoemen. We zijn dagelijks met elkaar bezig. Ik heb bijvoorbeeld een medewerker die continu met de pachters en onze coördinatoren werkt.”

Prioritair gebied

“Ik ben er wel van overtuigd dat boeren nu al veel te lang in onzekerheid zitten”, gaat Gidion verder. “En ook veel boeren die best wel extensief werkten, zijn toch verdwenen. Juist omdat er geen keuzes zijn gemaakt en er geen duidelijkheid was. Dus ik ben heel blij dat de minister hier nu is geweest en dit ook heeft aangewezen als prioritair gebied.”

Maar wat zegt dat, een prioritair gebied? “Er komt meer aandacht voor, maar dan in positieve zin. Het is dus niet zo dat er in een prioritair gebied nog meer regels komen. Dat is absoluut niet het geval. Het Rijk heeft echt gezegd: we hebben hier een heel bijzonder gebied qua natuurwaarde, maar ook qua wat er al gebeurt. Dit gebied kenmerkt zich doordat er veel energie in zit en dat de boeren hier vooruit willen. Dat zijn allemaal redenen waarom de minister dit heeft aangewezen als prioritair gebied. Dus dat moeten we echt als een kans zien en die moeten we met beide handen aangrijpen.”

De boeren in deze omgeving willen ook meewerken, zo ervaart Gidion. Alleen hebben ze soms het idee dat vooral zij moeten meebewegen en dat de rest dat minder hoeft. “En dat gevoel snap ik ook. Dat neem ik ook niet zomaar weg. Maar ja, hoe moet ik het zeggen? Linksom of rechtsom: welke onderzoeken je er ook onder legt of welke wetenschappelijke conclusies je er ook bij pakt, een deel van de drukfactoren komt gewoon uit de landbouw. Daar kun je ook niet omheen. Mijn ervaring is dat de boeren die hier zitten dat ook wel zien. Alleen hebben ze daar wel ondersteuning bij nodig en inderdaad ook een stuk erkenning om zo’n omschakeling te kunnen maken.”