Biertjes van lokale brouwerijen worden duurder: ‘Dan brouw ik liever voor mezelf’
De bieren van kleine, lokale brouwerijen dreigen per 1 januari 2028 duurder te worden. Het kabinet wil de accijnskorting van 7,5% voor kleine, onafhankelijke bierbrouwers afschaffen. De gevolgen verschillen per brouwer, maar de zorg is hetzelfde: blijft er straks nog genoeg over om kleinschalig bier te brouwen?
In onze gemeente hebben we niet te maken met grote bierbrouwerijen. De brouwers in Steenwijkerland doen het vooral hobbymatig en/of op kleine schaal. Desalniettemin raakt deze verandering ook hun onderneming. “Ik vind het gewoon zonde”, vertelt Cees Tuytel van Stadsbrouwerij Vollenhove.
Cees brouwt jaarlijks zo’n 10.000 liter bier. De nieuwere soorten en kleinere batches maakt hij zelf in zijn brouwkelder van Paviljoen Zwemlust in Vollenhove. De ‘hardlopers’ brouwt hij bij een grotere brouwerij in Losser. “Die huren we dan af en vervolgens gaan we daar een dagje brouwen. Het is ons eigen recept, met onze eigen smaak. Het is precies hetzelfde bier. Alleen kunnen we daar in één keer 1.000 liter brouwen.”
Werkgelegenheid stimuleren
Het accijnsvoordeel was bedoeld om de werkgelegenheid bij kleinere brouwerijen te stimuleren. Waar ‘de groten’ inzetten op massaproductie, komt bij ‘de kleinen’ veel handwerk kijken. Een Europese regeling zorgde voor een uitzondering op de accijns en dus een lager tarief. Nu die er waarschijnlijk afgaat in Nederland, worden ze allemaal gelijkgetrokken met de Heinekens van deze wereld.
“Ik vind het gewoon zonde”, zegt Cees. “In de basis gaat het niet om heel veel geld. Maar als wij onze prijs een beetje verhogen, komt daar in de winkel nog een verhoging bovenop. Daardoor wordt de uiteindelijke winkelprijs toch weer een stukje hoger.”
Bierdopje
Vanuit brouwplaats KOE EN KALF (KEK) in Baars klinken dezelfde geluiden. Henk de Vries laat zo’n zo’n 5.000 à 6.000 liter per jaar brouwen, die hij verkoopt aan een aantal supermarkten, streekwinkels en horecagelegenheden. Zijn kostprijs ligt naar eigen zeggen aanzienlijk hoger dan die van grote brouwerijen. “Het graan, het karton, de flesjes, de etiketten en zelfs het dopje: alles is duurder geworden. Ik brouw mijn biertjes voor gemiddeld 1,40 euro per flesje, exclusief btw. Ik wil er een beetje aan overhouden, dus ik verkoop ze voor 2 euro.”
Daar komen vervolgens nog de kosten en marges van de winkel of horecagelegenheid bij. “Als je een flesje van mij in de supermarkt naast een vergelijkbare tripel of blondbier van een grote brouwer ziet staan en dat bier is goedkoper, wat zou je dan zelf doen? Het is leuk dat het bier uit de streek komt, maar veel mensen kiezen toch al gauw voor het goedkopere alternatief”, zegt hij realistisch.
50 gulden
Prijzen spelen een belangrijke rol. Henk memoreert dat hij vroeger voor vijftig gulden een heel gezellige en lange avond kon hebben en dat zijn zoon laatst bij een concert in Utrecht bijna acht euro voor een biertje in een plastic bekertje betaalde. Hij ziet zijn eigen afzet ook teruglopen en overweegt om een paar bieren uit zijn assortiment te verwijderen. Vooral de minder toegankelijke speciaalbieren dreigen daarbij het onderspit te delven.
Toch wil hij niet zomaar stoppen met brouwen. “Ik ga wel door hoor, want ik vind het leuk. Maar kort door de bocht: voor de kleine brouwer die in kleine oplages per batch brouwt, wordt het gewoon moeilijk om er iets aan over te houden. Dan blijf ik liever voor mezelf brouwen.”
Juist goedkoop
Bij de Klinkert Bierbrouwerij Blokzijl ligt de situatie anders. “Een gewone brouwerij draait productie. Daar moet elk flesje geld opleveren, maar bij ons is dat anders. Als wij twee flesjes bier verkopen, is er bijvoorbeeld een omzet van vijftig euro, omdat er ook een kaasje, lokaal product en een blok brok is verkocht. Wij moeten het dus niet alleen van het bier hebben”, vertelt eigenaar Kees Klinkert.
“De kostprijs houden we natuurlijk wel een beetje in de gaten, maar we hebben er nog niet zo heel veel last van. Wij zitten gelukkig nog in een gebied waar mensen uit het westen komen. Die zijn heel andere prijzen gewend. Ze lachen zich dood als ze bij ons een flesje bier voor 2,60 euro kunnen kopen. Ik vind dat zelf al verschrikkelijk veel geld, maar zij vinden het juist goedkoop”, aldus Kees.
Zonde
Voor de hobbybrouwers die puur en alleen een paar biertjes brouwen en daar een zakcentje aan verdienen, is het dus een ander verhaal. Cees vindt het een beetje zuur. “Het is niet een natuurlijk proces van vraag en aanbod, waarbij de minder goede brouwerijen afvallen en de brouwerijen die het goed doen overblijven. Wij zijn al duurder en dat gat wordt nu groter. Uiteindelijk zullen er hierdoor misschien nog meer brouwerijen verdwijnen, waardoor je in de regio een steeds schraler aanbod krijgt.”
Het aantal bierbrouwerijen in Nederland is de afgelopen vijftien jaar sterk gegroeid. Waar er in 2010 nog 75 brouwerijen waren, steeg dat aantal volgens CBS-cijfers in 2025 naar 740. Tegelijkertijd wordt er minder bier gedronken en dat maakt, samen met de prijswijziging, de markt voor kleine brouwers er niet eenvoudiger op. “Het is simpelweg gewoon zonde als veel lokale brouwerijen weer moeten verdwijnen doordat ze te weinig overhouden”, besluit Cees.
Ook interessant













