Faunaschade in Steenwijkerland stijgt fors: ruim 1,9 miljoen euro uitgekeerd
Boeren en grondeigenaren in grote delen van Steenwijkerland en omgeving hebben in het schadejaar 2025 gezamenlijk ruim 1,9 miljoen euro aan tegemoetkomingen ontvangen voor schade veroorzaakt door wilde dieren. Met name de grauwe gans laat zich niet van het gras verdrijven en groeit ondertussen uit tot een serieuze kostenpost. In De Weerribben en De Noord-Westhoek is daarnaast sprake van een forse stijging ten opzichte van een jaar eerder, blijkt uit cijfers van BIJ12.

De Weerribben vlakbij Nederland (foto: Streekomroep De Werven).
De hoogste uitkering werd geregistreerd in Wildbeheereenheid (WBE) De Noord-Westhoek, het gebied dat grofweg loopt van Blokzijl via Zwartsluis en Meppel tot Giethoorn. Daar steeg het schadebedrag van 994.855 euro in 2024 naar 1.301.133 euro in 2025, een toename van ruim 306.000 euro.
Ook in WBE De Weerribben nam de faunaschade aanzienlijk toe. Het uitgekeerde bedrag steeg van 386.935 euro naar 599.690 euro. Voor De Weerribben is dit het hoogste schadebedrag sinds de beschikbare registratie. Tien jaar geleden lag de schade nog onder de 100.000 euro. Sindsdien is een duidelijke stijgende trend zichtbaar. In WBE Steenwijkerwold en omgeving was juist sprake van een lichte daling. Daar ging het schadebedrag omlaag van 119.370 euro in 2024 naar 101.298 euro in 2025.
Ganzen belangrijkste veroorzakers
In De Weerribben zijn vooral ganzen verantwoordelijk voor de schade. Met name de grauwe gans heeft het er goed van genomen en staat bovenaan met 382.546 euro aan uitkeringen, een stijging ten opzichte van 264.061 euro een jaar eerder. Ook de kolgans veroorzaakte meer schade: het bedrag steeg van 116.434 euro naar 200.893 euro. Andere diersoorten spelen een veel kleinere rol.
Het merendeel van de schade ontstond op grasland. Voorjaarsgras vormt met 454.933 euro de grootste schadepost. Ook in andere WBE’s bestaat een groot deel van de schade uit graslandschade, al verschillen de bedragen per gebied.

Grauwe gans
Landelijke cijfers en houdbaarheid
De cijfers hebben betrekking op schadejaar 2025 (1 november 2024 tot en met 31 oktober 2025). Landelijk werd ruim 92 miljoen euro uitgekeerd. Noord-Holland was koploper met meer dan 35 miljoen euro. In heel Overijssel ging het om ruim 3 miljoen euro. De grauwe gans is landelijk de grootste veroorzaker met ongeveer 46 miljoen euro aan schade. Op het ‘podium’ mogen ook de brandgans en de houtduif plaatsnemen. De wolf is de enige niet-vogel in de top tien van schadeveroorzakers.
Ondertussen rijst de vraag hoe lang deze ontwikkeling nog houdbaar is. Gedeputeerde in Overijssel voor landbouw en natuur Maurits von Martels schrijft dat tien jaar geleden het bedrag nog rond de 25 miljoen euro lag. “Die ontwikkeling verdient een fundamentele discussie”, stelt Von Martels op Facebook. Volgens hem is er sprake van een systeem waarin de rekening jaar na jaar oploopt, terwijl de mogelijkheden om in te grijpen steeds beperkter of juridisch ingewikkelder worden.
Hij wijst erop dat het huidige beleid vooral is ingericht op het achteraf vergoeden van schade. Daardoor groeit de druk op publieke middelen, zonder dat er een duidelijk eindpunt of gewenst niveau van faunaschade is vastgesteld. Volgens Von Martels ligt de kernvraag dan ook niet alleen bij natuurbeheer, maar vooral bij de balans: hoeveel schade accepteren we en hoe zorgen we ervoor dat die beheersbaar blijft?



