‘Ze hebben me als Nederlander nooit beschuldigd’

Laatste Update: 30.09.2026Door Label:

Op vakantie in Bosnië-Herzegovina belandde Harry Braam uit Steenwijk afgelopen week zomaar in een lokale tv-studio. De tv-zender N1 Sarajevo sprak zestien minuten lang met de voormalig militair over zijn belevenissen in de regio voor en na de Joegoslavische burgeroorlog.

Harry Braam (82) was deze maand al enkele weken in voormalig Joegoslavië op vakantie en kent het gebied zeer goed. In 1991 was hij als militair (met een diplomatieke status) adjunct-hoofd van de EU-monitoringsmissie in Bosnië en Herzegovina. Na de oorlog keerde hij er talloze malen terug. Eerst op vakantie, later ook als reisleider van groepen Nederlanders. Daarbij lag de focus zeker niet alleen op de voorbije oorlog. Harry weet erg veel over de eeuwenoude geschiedenis van het gebied.

Sfeer proeven in Mostar

Mostar (foto Harry Braam)

De inmiddels herstelde brug van Mostar (foto: Harry Braam).

Begin september keerde het echtpaar Braam terug naar de regio en ontmoette al meteen bekenden die wonen in een voormalige douanepost en taxfreeshop op de grens met tussen Slovenië en Italië. In het bekende Mostar, waar ze al vaak kwamen, gingen ze ook dit keer sfeer proeven. Harry toont foto’s van beschadigde gebouwen in het centrum, die nog steeds niet zijn hersteld. “Meestal zijn het eigendomskwesties waardoor deze gebouwen niet worden opgeknapt”, weet Harry.

Uiteindelijk belandde hij in een tv-studio doordat een lokale vriend de presentator bij de zender N1 kende. “Het particuliere station”, vervolgt Harry, “zendt uit in Bosnië, Kroatië en Servië en heeft geen etnische of politieke identiteit, zoals de meeste zenders hier.”

Tweede thuisland

In het interview van zestien minuten in het programma Dan uživo (De dag live) vertelde Harry veel over wat hij zijn ‘tweede thuisland’ noemt. Hij denkt nog vaak terug aan de mensen die hij er voor, tijdens en na de oorlog ontmoette. En blikte in het interview niet alleen terug op zijn werk in 1991, maar ook op de hulp die hij organiseerde voor de kinderkliniek in Sarajevo. En op de reizen die hij en zijn vrouw maakten om Nederlanders het naoorlogse Bosnië te laten zien.

Interview Harry braam op tv-zender uit Sarajevo (foto_ YouTube)

‘Dit alles was ook een soort verwerking van wat ik aan vervelende dingen heb meegemaakt’ (foto: YouTube).

“Het is niet moeilijk om vrienden te blijven met de mensen in Bosnië-Herzegovina”, stelde Harry. “Het zijn zulke aardige mensen. Maar in 1991 was het overduidelijk dat er iets ging gebeuren. Er was spanning, maar nog geen oorlog. Je voelde dat de spanning opliep. Je kon zien dat er iets gaande was en dat het snel zou verergeren.” 
Desondanks maakten de mensen de grootste indruk op hem. “Iedereen was zo vriendelijk en liet zien dat ze samen wilden leven, maar de oorlogshitsers kregen de overhand.”

Medicijnen voor kinderkliniek

Harry beschreef ook de moeilijkheden bij de aanvoer van voedsel en medicijnen, doordat de grenzen geblokkeerd waren, en het steeds complexere werk van de Europese waarnemers. Tijdens zijn werk voor de missie, zo vertelde hij op tv, ging hij elke dag naar het presidentieel paleis en sprak hij met voormalig journalist en diplomaat Hajrudin Somun, met wie hij informatie uitwisselde over de situatie in de regio. “Hajrudin was mijn contactpersoon van de Bosnische regering tijdens mijn uitzending in 1991 en 1992. We hebben sindsdien altijd contact gehouden, maar de laatste jaren helaas alleen via internet. Het was geweldig om elkaar onlangs weer in persoon te kunnen ontmoeten.”

Harry vertelde op tv ook over een inzamelingsactie voor de kinderafdeling van het ziekenhuis in Sarajevo. Een van de medewerkers had hem verteld dat er een tekort was aan medicijnen, apparatuur en zelfs luiers voor baby’s. Hij nam contact op met collega’s in Nederland voor een inzamelingsactie rond Kerstmis 1991, waaraan ook Artsen zonder Grenzen meedeed. “Dat was een persoonlijk initiatief. Het was geweldig om tijdens de kerstdagen medicijnen naar het kinderziekenhuis te kunnen brengen.”

Van oorlog naar toerisme

Tijdens de Joegoslavische burgeroorlog bleef Harry contact houden met bekenden. Ook om in die jaren medicijnen per vliegtuig naar Sarajevo te kunnen versturen. Na het einde van de oorlog keerde Harry terug naar zijn vrienden in Bosnië-Herzegovina. Hij herinnerde zich nog goed hoe hij in 1996 vanuit Zagreb met de bus aankwam en vijf dagen in het huis van vrienden in Sarajevo doorbracht. Later reisde hij vaak met zijn vrouw naar de regio en begon hij ook andere Nederlanders mee te nemen op georganiseerde kampeerreizen door Bosnië-Herzegovina. “Ze vroegen ons of ze daarheen konden gaan en of het wel veilig was?”

Veel indruk maakte vooral die keer dat een reisgroep in 2003 in Bihać aankwam. Harry herinnerde zich vooral de vreugde van de lokale bevolking, toen ze toeristen zagen. Door er vaker langs te gaan, kon hij ook de wederopbouw goed volgen. “Ik heb gezien hoe er elk jaar meer en meer wordt gebouwd”, zei hij. Hij voegde eraan toe dat vooral degenen die voor het eerst kwamen alleen maar de omvang van de verwoesting opmerkten.

Srebrenica 1995

In Srebrenica foto Harry Braam

Op bezoek in Srebrenica (foto: Harry Braam).

Gevraagd naar de rol van het Nederlandse bataljon in Srebrenica, ten tijde van de val van de enclave en Nederlandse basis daar, benadrukte Harry dat hij er in juli 1995 niet bij was. Harry noemde de moord op meer dan 8.000 Bosnische mannen en jongens afschuwelijk. En hij gaf aan dat Nederlandse soldaten de misdaad niet hadden kunnen voorkomen en verweet de internationale gemeenschap dat die faalde in de bescherming van de door de Verenigde Naties uitgeroepen safe haven.

Tot slot zei Harry in de uitzending: “Ik werkte na de val van de enclave enige keren in een kamp met overlevenden. Er woonden alleen vrouwen en kinderen, geen mannen en oudere jongens. Later bezocht ik die plekken ook tijdens onze reizen naar Srebrenica. Ze hebben me als Nederlander nooit beschuldigd of vervelend behandeld. ‘Ga zitten, drink een kop koffie met ons en dan praten we verder’, zeiden ze altijd. Zelf voelde ik me vaak wel bezwaard.”

Verwerking

“Ik kijk met veel genoegen terug op mijn werk voor de missie in Bosnië-Herzegovina”, besluit Harry, inmiddels op de terugweg naar Nederland. “Het was soms erg spannend en intensief, maar de vele ontmoetingen met zowel functionarissen als gewone burgers koester ik nog altijd. Ook op de kampeerreizen, waarbij ik anderen liet kennismaken met dit bijzondere land, kijk ik met veel plezier terug. Dit alles was ook een soort verwerking van wat ik aan vervelende dingen heb meegemaakt.”

Bekijk nu het complete interview met Harry Braam: