Theater op de Hoogte: ambitie Weststellingwerf blijft, soberder plan achter de hand
De gemeenteraad van Weststellingwerf wil de plannen voor Theater op de Hoogte in Wolvega verder laten uitwerken. Wel wordt de mogelijkheid opengehouden om uiteindelijk voor een soberdere verbouwing te kiezen.
Het college had voorgesteld om de moderne uitbreiding aan de zuidzijde van de Kerk op de Hoogte, optie 3b, uit te werken tot een definitief ontwerp en daarvoor de benodigde financiële middelen beschikbaar te stellen. De raad wil echter eerst meer duidelijkheid over de haalbaarheid en betaalbaarheid van de plannen, voordat definitief wordt besloten over de investering. Een amendement daarover, van CDA, Weststellingwerfs Belang, VVD, Sociaal Duurzaam Weststellingwerf/PvdA en BBB, werd maandagavond met dertien stemmen voor en zes tegen aangenomen.
Door het aangenomen amendement blijft Optie 3b het uitgangspunt, maar de gemeente moet ook een aangepaste versie van optie 1 zonder aanbouw als alternatief meenemen. Als de uitgebreide plannen niet haalbaar blijken, kan de raad later alsnog voor die soberdere variant kiezen.
Het extra benodigde krediet van 1,645 miljoen euro wordt voorlopig gereserveerd, maar niet direct beschikbaar gesteld. De raad beslist op een later moment of het geld daadwerkelijk wordt vrijgegeven. Verder wordt de marge voor mogelijke budgetoverschrijdingen verhoogd van vijf naar tien procent. Bij hoger oplopende kosten moet het college terugkomen bij de raad. Ook wil de raad tussentijds informatie ontvangen over de financiën, de exploitatie, de behoefte en de mogelijkheden en beperkingen van het plan.
Eerst meer duidelijkheid
CDA’er Lukas van der Hoef benadrukte dat de ambitie om van de kerk een theaterkerk te maken overeind blijft, maar dat er nog te veel onzekerheden zijn. Overleg met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en welstandsorganisatie Hûs en Hiem kan volgens het college nog anderhalf jaar duren. In die periode kan de gemeente meer inzicht krijgen in de haalbaarheid en kosten van de plannen. Ook kan de stichting die het theater exploiteert al ervaring opdoen met voorstellingen en bijeenkomsten.
Volgens Peter Spin van Weststellingwerfs Belang is het belangrijk dat de raad grip houdt op de kosten en duidelijke afspraken maakt over het moment waarop opnieuw een besluit nodig is. VVD’er Richard Bos steunde het amendement eveneens. Hij benadrukte het belang van een maatschappelijke en culturele toekomst voor het monument.


Cor Trompetter van SDW/PvdA wees erop dat de resultaten van de eerste exploitatiejaren niet per se maatgevend zijn voor wat uiteindelijk mogelijk is. Hij steunde het amendement omdat breed draagvlak belangrijk is. Daarbij waarschuwde hij wel dat goedkoop op termijn duurkoop kan blijken te zijn.
Kritiek op uitstel
Hart voor Weststellingwerf, Forum voor Democratie en Lokaal Sociaal Weststellingwerf stemden tegen het amendement. Hart voor Weststellingwerf vindt dat de raad niet alleen de huidige varianten moet bekijken, maar ook een alternatief moet onderzoeken. Ronald Westenberg stelde voor te kijken naar een loopbrug naar de naastgelegen pastorie, die ook van de gemeente is. Als dat niet zou kunnen, stelde hij verkoop van de pastorie voor, om zo geld vrij te maken voor het theater. Volgens hem stuurt het huidige voorstel aan op een luxe variant.
Wethouder Roelof Theun Hoen noemde een alternatief minder praktisch voor bezoekers en vrijwilligers en verwachtte dat het bovendien duurder zou uitvallen. Westenberg betwijfelde dat die conclusie getrokken kan worden zonder nader onderzoek.
Ook GroenLinks/D66 had kritiek op onderdelen van het amendement. Gaby Thijssen vond de onderbouwing grotendeels onvoldoende en wees erop dat Optie 3 jaarlijks nauwelijks duurder is dan de andere varianten. Hij uitte zorgen over het beschikbare krediet en stond open voor onderzoek naar een alternatief plan. Na de uitleg van wethouder Hoen stemde GroenLinks/D66 toch vóór het amendement.
Ervaring opdoen
Hoen zei dat de stichting ondertussen kan doorgaan met een beperkte programmering in de Kerk op de Hoogte. Daarmee kan worden onderzocht in hoeverre vraag en aanbod bij elkaar passen binnen de bestaande mogelijkheden. De wethouder noemde de exploitatieberekeningen realistisch, omdat ze niet uitgaan van het maximaal haalbare, maar van gemiddelde opbrengsten.
Het schetsontwerp wordt voorgelegd aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Na eventuele aanpassingen komt het ontwerp opnieuw bij de gemeenteraad terug. Met het aangenomen amendement blijft Optie 3b dus de voorkeursrichting, maar neemt de raad pas later een definitief besluit over de investering.
Ook interessant












