Ronnie Lassche (CPB) over nieuwe coalitie: ‘Je wilt toch een bestuur hebben dat zichzelf een uitdaging stelt?’
De gemeente Steenwijkerland heeft een nieuwe coalitie. De komende jaren gaan BGL, PRO, VVD en CPB aan de slag met het coalitieakkoord Daadkrachtig en Dichtbij. CPB is de nieuwe partij in die samenstelling. Een goed moment voor onze verslaggever Jesse van Dalen om in gesprek te gaan met fractievoorzitter Ronnie Lassche en hem te vragen naar het formatieproces en de plannen.
De vier partijen willen daadkrachtig zijn als het aankomt op thema’s als woningbouw en de rondwegen in Blokzijl en Ossenzijl. Daarnaast willen ze dichtbij de burgers staan. Zo ontstond dan ook de titel voor het bijna vijftig pagina’s tellende coalitieakkoord.
Allereerst gefeliciteerd. Het is een akkoord op hoofdlijnen. Is daar bewust voor gekozen?
Ronnie Lassche: “Je moet het zien als een gezamenlijk vertrekpunt. Een leidraad voor de komende vier jaar. En als het spannend wordt, pak je het erbij. Het college gaat hiermee aan de slag en de coalitiepartijen houden daar vervolgens toezicht op en proberen het beter te maken waar dat kan.”
Tegelijkertijd kan die ruimte misschien ook zorgen voor problemen binnen de coalitie.
Lassche: “Dat is politiek. Dat je elkaar ook de ruimte geeft. Op onderwerpen die niet zijn afgesproken in het coalitieakkoord, mag de raad het gaan zeggen.”
‘Het proces is gewoon mirakels goed gegaan’
Daar is dus voor gekozen, dat er op bepaalde onderwerpen andere keuzes kunnen worden gemaakt door de verschillende partijen?
Lassche: “We houden vast aan wat in het coalitieakkoord staat. Maar wat er niet in staat, daarover kan het debat gewoon gevoerd worden. Tegelijkertijd hebben de vier coalitiepartijen natuurlijk wel een gezamenlijke verantwoordelijkheid, zeker als het gaat om de financiën. Niet alles kan, dus je moet wel weten wat je doet.”
Je vertelde net dat je trots bent. Waar ben je dan het meest trots op?
Lassche: “Dat we het programma Vitaal Platteland in de benen houden, want er staat heel veel te gebeuren op het platteland. Dat we de financiële lasten voor inwoners beheersbaar willen houden, dat was voor ons ook een belangrijk speerpunt. Aandacht voor de rietteelt, want dat bepaalt het gezicht van de gemeente. En woningbouw, maar dat is voor iedereen belangrijk. Pak je ons verkiezingsprogramma erbij, dan komt ongeveer 85 procent overeen.”

Portefeuilleverdeling coalitie Steenwijkerland.
Dus jullie hebben goed onderhandeld?
Lassche: “De partijen liggen ook redelijk dichtbij elkaar. We hebben elkaar hierin weten te vinden. PRO zit wat meer op de sociale kant en krijgt ook die portefeuille. En de portefeuilles die wij krijgen vind ik hartstikke mooi. Tilko Gernaat (de toekomstig wethouder van de CPB, red.) krijgt er een hele kluif aan, maar het is wel fantastisch.”
Op landelijk niveau liggen sommige partijen soms behoorlijk uit elkaar. Ligt dat bij het gemeentelijk bestuur anders?
Lassche: “De formateur heeft ingeschat dat deze partijen een stevige meerderheid hebben en elkaar gaan vinden. Vanaf het begin was de insteek eigenlijk heel duidelijk: we zitten hier met elkaar en we moeten er gewoon uit zien te komen. Dan is er weleens iets met water bij de wijn, maar niet zo heel veel. We hebben elkaar ruimte gegeven zonder onze identiteit te verliezen.”
Als ik het zo hoor, verliepen de onderhandelingen behoorlijk soepel. Is het nog ergens moeilijk geworden?
Lassche: “Minimaal. Niemand heeft er wat aan als wij als partijen die verantwoordelijkheid moeten dragen ,rollebollend over straat gaan of als we strijden om de laatste letter en komma. We hebben elkaar vertrouwen gegeven en geprobeerd gezamenlijk tot oplossingen te komen. Het proces is gewoon mirakels goed gegaan. Het is goed bestuurlijk gedrag en daar kan Steenwijkerland trots op zijn.”
Je vertelde net al dat er veel staat te gebeuren op het platteland. Jullie leggen daar onder andere ook de focus op. Wat staat er zoal te gebeuren?
Lassche: “Je hebt de ontwikkelingen in het landbouwbeleid, met stikstof (binnen enkele weken worden de landelijke stikstofmaatregelen bekendgemaakt, red.), natuurontwikkelingen en stoppersregelingen. Er zijn heel veel invloeden vanuit Den Haag op het platteland. Dat heeft directe gevolgen voor inwoners en ondernemers in het buitengebied. Je kunt wel met regelgeving komen waardoor dertig procent van onze boeren moet gaan stoppen, maar wat betekent dat voor het gebied en de economie? Ook al hebben we het stuur niet in handen, we kunnen toch wel invloed uitoefenen.”
Wat voor invloed kan de gemeente uitoefenen?
Lassche: “Hoe we dat precies gaan invullen, is een moeilijke vraag, maar in ieder geval naast de inwoner staan en ondersteunen waar dat nodig is. Als ontwikkelingen negatief uitpakken, moeten we dat benoemen. We moeten laten zien wat beleid doet met het gebied en de economie. Wij hebben niet het stuur in handen, maar we hebben wel invloed.”
Er zijn elf uitvoeringsprioriteiten geformuleerd. Woningbouw lijkt daarvan een van de belangrijkste, want er moeten ongeveer 3.000 woningen bijkomen.
Lassche: “Dat klopt. We weten ook dat er netcongestie- en stikstofproblematiek is, maar dit is wel de doelstelling. We hebben er vanuit de gemeente een Turbo team op zitten, zodat we de woningbouwplannen zo snel mogelijk van de grond krijgen. Woningbouw is prioriteit één en daarbij schrijven we een getal als doelstelling. Dat is een stip op de horizon, waar je naartoe werkt. En we weten dat dat een hele uitdaging wordt, maar je wilt toch een bestuur hebben dat zichzelf een uitdaging en een doel stelt?”
Stel dat we het hier over vier jaar nog eens over hebben. Welk resultaat zou u dan absoluut bereikt willen hebben?
Lassche: “Dan zou het mooi zijn als de financiën op orde zijn voor inwoners en bestuur. Dat de woningbouw echt op gang is gekomen. Dat schoolgebouwen zijn gerealiseerd en de unilocatie in Steenwijk binnen budget is gebleven. En dat er in Vollenhove een zwemvoorziening behouden blijft. En dat de agrarische ondernemers bovendien zeggen: de gemeente heeft een beperkte invloed, maar we voelen ons gesteund door de gemeente. Ze doen er alles aan om ons een toekomstbestendige landbouw te geven.”




